Geschiedenis van Beemster

Hier moet nog een inleiding komen

1600 Lamoraal van Egmond, probeert een octrooi tot het droogmaken van de Beemster te verkrijgen van de Staten van Holland. Deze weigeren hem dit echter. De Staten stellen wel een onderzoek in naar droogmaking van de Beemster.

Kaart van Beemster in 1600

1607 De ‘Beemstercompagnie’, een consortium van vijftien personen, vraagt bij de Staten van Holland een octrooi tot droogmaking van de Beemster aan. Dit consortium staat onder leiding van de gebroeders Dirck en Hendrik van Oss. In minder dan twee weken tijd wordt het octrooi voor een periode van vier jaar verleend. Jan Adriaensz Leeghwater wordt bij het project betrokken. Hij is belast met de aanleg van de ringdijk, het ontwerpen van het bemalingssysteem en het bouwen van de poldermolens.

1608 De landmeter Lucas Jansz Sinck zet het tracé van de ringvaart en ringdijk uit. De eerste molens worden geplaatst en beginnen het meer droog te malen.

1610 De Beemster is vrijwel helemaal drooggemalen. Op 22 januari zorgt een zware zuidwesterstorm er echter voor dat de Waterlandse Zeedijk het begeeft, waardoor het meer weer volloopt. Het project wordt echter doorgezet. De Staten van Holland verlenen opnieuw een octrooi.

1611 De hoofdingelanden, de bestuurders van de Beemster, besluiten om de Beemster op te delen in een patroon van vierkanten van ieder 400 morgen groot. Hierdoor ontstaat een geometrisch schema van grotere en kleinere vierkanten. Het is onbekend wie dit verkavelingsplan heeft bedacht. Vijf dorpen worden gepland: Middenbeemster, Noordbeemster, Westbeemster, Oostbeemster en Westbeemster. De laatste twee worden niet gerealiseerd, in plaats daarvan komt het dorp Zuidoostbeemster. Oostbeemster is wel de naam van een nog bestaand buurtschap. Andere buurtschappen zijn onder meer de Klaterbuurt, ’t Hoekje, Halfweg en de Blikken Schel.

Kaart van Beemster waarop de indeling in vierkanten goed te zien is

1612 Op 19 mei valt de Beemster geheel droog. Op 4 juli brengen prins Maurits en prins Frederik Hendrik een bezoek aan de Beemster. Ze worden ontvangen in een tent op de plaats waar nu ’t Heerenhuis staat. De kavels worden op 30 juli toegewezen aan hun eigenaren. 30 juli wordt daarop uitgeroepen als de dag waarop de droogmaking voltooid is, dit wordt ook de dag van de Beemster biddag.

Na de drooglegging wordt het land vooral gebruikt als landbouwgrond. De eigenaren verpachten de landerijen aan boeren. De boerenbedrijven in de Beemster zijn veel groter van omvang dan in de omliggende gebieden. De eerste jaren levert het land veel opbrengst uit de akkerbouw op, later draait het vooral om veeteelt. Reeds de eerste boeren in de Beemster na de droogmaking beginnen al met kaasmaken. Het is de belangrijkste en bekendste tak van de agrarische sector in de Beemster. Daarnaast was het vetweiden van vee een belangrijke agrarische acitviteit. Het wapen van het voormalige waterschap De Beemster draagt dan ook een koe in zich.

1622 Carel Fabritius, beroemd schilder van Het Puttertje en een leerling van Rembrandt, wordt geboren in Middenbeemster.

Zelfportret van Carel Fabritius

1623 De Nederlands Hervormde Kerk in Middenbeemster, ontworpen door de beroemde architect en beeldhouwer Hendrik de Keyser, wordt ingewijd.

17e/18e eeuw In de Beemster worden ongeveer 50 buitenplaatsen gebouwd. Vanwege de
nabijheid van Purmerend worden deze vooral in de Zuidoosthoek van de Beemster en met name aan de Volgerweg gebouwd.

Westbeemster vormt als het ware een rooms-katholieke enclave in het verder overwegend protestantse Beemster. Oorspronkelijk gepland op de kruising van de Jisperweg en de Hobrederweg, ontwikkelt het dorp zich uiteindelijk ten noorden van deze kruising, rond een rooms-katholieke schuilkerk. Hoewel Westbeemster in de zeventiende eeuw wel vijf schuilkerken telde, worden de katholieken over het algemeen met rust gelaten.

1669 Korenmolen De Nachtegaal wordt gebouwd aan de Hobrederweg. Tot 1987 wordt hier koren gemalen.

1682 De bekendste stolpboerderij van de Beemster, De Eenhoorn, wordt gebouwd.

Toegangshek van stolpboerderij de Eenhoorn

1759 Schrijfster Betje Wolff (Elisabeth Bekker) komt in de pastorie van Middenbeemster wonen. Tot 1777 zou ze hier wonen. Later zou ze met Aagje Deken een in Nederland beroemde schrijfster worden. Toen ze haar bekendste roman, De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart, schreef, woonde ze echter al niet meer in Middenbeemster.

1795 Na de inval van de Fransen in Nederland neemt in de Beemster een nieuw bestuur, de ‘municipaliteit’, onder leiding van Dirk de Boer het bestuur over van het oude polderbestuur. Het nieuwe bestuur krijgt in 1799 een onderkomen in herberg het ‘Heerenhuis’.

1796 Op 9 november kunnen Beemsterlingen voor de allereerste keer naar de stembus om een nieuw gemeentebestuur te kiezen.

1830 Vanaf dit jaar wordt de Biddag – de herdenking van de voltooiing van de droogmaking – gehouden op de zondag die volgt op de laatste donderdag van juli. Deze zondag is tevens het begin van de al eerder ontstane Beemster kermis, een traditie die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Johannes de Doperkerk

1847 Landbouwvernieuwer Wouter Sluis komt in de Beemster te wonen. Later zou hij aan de Nekkerweg een modelboerderij ontwikkelen, toonaangevend op het gebied van kaasbereiding.

1879 In Westbeemster wordt de rooms-katholieke St. Joannes de Doperkerk ingewijd.

1880 Tussen 1880 en 1914 worden de forten van de Stelling van Amsterdam aangelegd. Deze 135 km lange verdedigingslinie rond Amsterdam moet deze stad beschermen door het onder water zetten (inunderen) van omliggende landerijen. De Stelling bestaat uit 42 forten die de toegangswegen verdedigen. Vijf hiervan worden in de Beemster gebouwd: Fort bij Spijkerboor (geopend in 1913 en het grootste fort van de Stelling), Fort aan de Jisperweg, Fort aan de Middenweg, Fort aan de Nekkerweg (geopend 1913) en Fort benoorden Purmerend (geopend 1912).

1886 Jan Koopman sticht kaasfabriek De Hoop, op de hoek van de Zuiderweg en de Middenweg. Dit wordt gevolgd door nog acht kaasfabriekjes. Later ging men ook boter en consumptiemelk produceren. Deze verbreding van het assortiment leidde tot schaalvergroting en industrialisatie. De ‘zoetfabrieken’ ontstonden. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er nog meer schaalvergroting.

Kaasfabriek De Hoop, tegenwoordig beter bekend als Fort Spijkerboor

1888 De laatste poldermolens, die voor het bemalen van het water naar de Beemsterringvaart zorgden, worden afgebroken. Ze waren inmiddels vervangen door stoomgemalen.

1890 Vanaf dit jaar neemt de tuinbouw in Zuidoostbeemster enorm toe. Betere vervoersmogelijkheden per stoomschip en trein leiden tot een verviervoudiging van het aantal tuinbouwbedrijven, tot 229 in 1921. De vijf jaar eerder aangelegde stoombemaling van de polder maakt de omstandigheden voor tuinbouw ook beter.

1910 In Westbeemster wordt het klooster ‘Onze-Lieve-Vrouwe van Lourdes’ geopend, naast de Joannes-de-Doperkerk.

1926 Tussen 1926 en 1934 werden in Zuidoostbeemster 240 huurwoningen gebouwd.

1929 Na een fusie ontstaat kaasfabriek De Tijd. Na enkele overnames van andere kaasfabrieken heet dit bedrijf sinds 1999 CONO Kaasmakers. Sinds 2001 is het bedrijf hofleverancier.

Kaasfabriek De Tijd

1940 Direct na de inval van het Duitse leger op 10 mei worden de inundatieterreinen voor de forten van de Stelling van Amsterdam onder water gezet. Hiermee wordt het zuidelijk deel van de Beemster, tot aan Middenbeemster, geïnundeerd. Het moet leiden tot een laag water op het land waarbij rijden of lopen niet mogelijk is, maar niet zo diep dat er gevaren kan worden. Op deze manier moet het Duitse leger tegengehouden worden. Na de capitulatie wordt de Beemster weer leeggemalen.

1943 Bij Westbeemster stort in de nacht van 25 op 26 juni een geallieerde Lancaster
bommenwerper neer. Drie bemanningsleden vinden de dood. Gedurende de oorlog stortten in totaal acht gevechtsvliegtuigen neer in de Beemster.

1944/1945 In totaal elf inwoners van de Beemster worden in deze jaren door de
Duitsers gefusilleerd wegens verzetsactiviteiten.

1944 Het zuidelijk deel van de Beemster wordt opnieuw onder water gezet. Dit keer beveelt het Duitse leger in februari om de inundatiesluis in de Zuiddijk open te zetten. Het water van de Noordhollands Kanaal stroomt de Beemster in en moet zo een eventuele invasie van geallieerde parachutisten bemoeilijken. Pas een jaar later, na de bevrijding in mei 1945, wordt de Beemster weer leeggemalen.

1950 Museum Betje Wolff opent zijn deuren.

Beeld uit Museum Betje Wolff

1958 De provincie Noord-Holland bepaalt dat Zuidoostbeemster niet verder mag groeien in verband met zijn agrarische functie.

1962 Bij de herdenking van 350 jaar drooglegging krijgt de Beemster een eigen gemeentevlag.

1981 Op 1 januari houdt het zelfstandig waterschap ‘De Beemster’ op te bestaan.

1985 Het centrum van Middenbeemster wordt tot beschermd dorpsgezicht verklaard.

1993 Het nieuwe gemeentehuis aan de Rijn Middelburgstraat in Middenbeemster wordt in gebruik genomen. Tot die tijd zat het in het voormalige postkantoor aan de Leeghwaterstraat.

1999 Het gehele grondgebied van de Beemster wordt uitgeroepen tot UNESCO Werelderfgoed. Kaasfabriek De Tijd verandert de naam in CONO Kaasmakers.

2000 Het agrarisch museum ‘Westerhem’ opent zijn deuren.

2011 Korenmolen De Nachtegaal wordt volledig gerestaureerd en vijftig meter naar het westen verplaatst.

2014 Op 13 november opent koningin Máxima de nieuwe fabriek van CONO Kaasmakers.

2018 De gemeenteraad van Beemster besluit tot een bestuurlijke fusie met de gemeente Purmerend per 1 januari 2022. Dan komt er een eind aan ruim 400 jaar zelfstandig bestuur.

2022 Op 1 januari treedt de gemeentelijke herindeling in werking en vormen Purmerend en Beemster officieel één gemeente.